”Men kan namelijk geen enkele patiënt verder brengen
           dan men zelf is” 
(Carl Jung)


Welke therapie en welke therapeut?

"Het is bekend dat de uitkomst van de therapie niet zozeer afhangt van de specifieke eigenschappen en (behandel)-technieken van een bepaalde therapeutische richting, maar veel meer van factoren die samenhangen met de therapeut, zoals zijn bekwaamheid en de mate waarin de therapeut gelooft dat de therapie haar doel zal bereiken (Messer & Wampold, 2002).

En deze bekwaamheid blijkt op haar beurt niet bepaald te worden door opleiding en ervaring. Wel spelen persoonlijke eigenschappen en houding een zeer belangrijke rol. Zo creëert de therapeut die warmte uitstraalt een betere therapeutische (werk)relatie en ook is de cliënt meer gebaat bij een actief betrokken therapeut (Hersoug e.a., 2001). Naast warmte zijn ook empathie, respect en therapeutische echtheid onomstotelijk aangewezen als noodzakelijke voorwaarden voor de therapeut (Patterson, 1984).  

Uit een meer recente inventarisatie van onderzoeksbevindingen door psychotherapeute Leijssen (1998) over welke (persoons)kenmerken van de therapeut in positieve zin bijdragen aan het resultaat van de therapie, komen onder meer de volgende eigenschappen nog naar voren. De betere therapeut is iemand die zich goed en levendig kan uitdrukken en een gedoseerde openheid toont omtrent eigen levenservaringen naar de cliënt toe. Het is een vitale persoon wiens enthousiasme de cliënt in positieve zin beïnvloedt. Hij is een ‘authentieke kameleon’ en vertoont een dynamisch evenwicht binnen aspecten als spontaniteit naast zelfdiscipline, ernst naast speelsheid, openheid naast terughoudendheid, creativiteit naast voorspelbaarheid. Hij is niet snel oordelend, maar kan goed afstemmen op andere leefwerelden. Het is iemand die goed kan luisteren en zuiver kan weergeven en terugkoppelen van wat de cliënt tot uitdrukking  brengt. Hij is helder en eenduidig, waakzaam en aandachtig. Hij heeft geen angst voor en blijft aanwezig bij heftige gevoelens. Hij beschikt over een geduldig vertrouwen en laat de cliënt zelf inzichten ontdekken. Hij is scherpzinnig en beschikt over het vermogen zaken beeldend voor te stellen, bijvoorbeeld met metaforen. Hij beschikt over een gezonde dosis humor en kan goed confronteren. Hij houdt een professionele afstand (niet te verwarren met een defensieve en/of afstandelijke houding). Hij is verantwoordelijk, betrouwbaar, moreel integer en  staat met beide voeten op de grond. Hij heeft veel zelfkennis, beschikt over voldoende zelfvertrouwen, maar is wel zelfkritisch (Leijssen, 1998).

Het lijken bijna open deuren, maar van deze gegevens wordt helaas nog steeds geen of onvoldoende actief gebruik gemaakt binnen de psychologische en psychotherapeutische opleidingen. Leijssen (1998) houdt dan ook terecht een pleidooi voor de nadruk die therapieopleidingen zouden moeten leggen op het ontwikkelen en ontplooien van de persoonlijke kwaliteiten van de toekomstige therapeuten, in plaats van op het juist aanleren en uitvoeren van technieken. De therapeut zelf is immers zijn belangrijkste techniek. Maar daarvoor zijn diepgaande zelfkennis en inzicht nodig, ‘bouwstenen’ die gebaseerd zijn op (goed verwerkte en geplaatste) levenservaringen.

Persoonlijk zouden wij er zelfs voor willen pleiten dat potentiële maatschappelijk werkers, psychologen, pedagogen en aanverwante –logen en –gogen die later als hulpverlener of therapeut werkzaam willen zijn, al vóór ze met de opleiding starten, geselecteerd moeten worden op basis van deze persoonlijke kwaliteiten. Dat lijkt ons een stuk zinniger dan het huidige systeem dat door een mix van loting en de hoogte van je cijfers bepaalt of je toegelaten wordt. Daarnaast zouden toekomstige therapeuten tevens verplicht een (goede) therapie moeten ondergaan, voordat ze aan de opleiding starten. Als een therapeut namelijk niet goed in elkaar zit, kan hij aardig wat schade aanrichten. " *

 De belangrijkste criteria zijn voor het vinden van een goede therapie en therapeut zijn volgens onze visie de volgende:

1)  Het moet klikken tussen u en de therapeut.
2)  Het moet zowel rationeel als gevoelsmatig zijn.
3)  Het moet logisch zijn en wetenschappelijk te verifiëren.
4)  Het moet binnen afzienbare tijd een goed resultaat geven of u in ieder geval
     een eind op weg helpen.
5)  De therapeut moet op een gezonde manier klaar zijn met zichzelf, iets wat je
     meestal niet tijdens je opleiding leert. Echter, een essentieel gegeven voor elke
     therapeut.

 

© Stichting Syntyche 22-11-2006

* Een klein gedeelte uit het boek  Fact-grafiek, blauwdruk van de menselijke geest.

 

 

Behandelde onderwerpen die niet in de index terug te vinden zijn:

Factgrafiek, een psychologisch kompas.

Vakantiestress

Eigenschappen van een topcoach

Korte lontjes en hun aanstekers: De Deense spotprenten

Spiegelneuronen

New Orleans

Londen Juli 2005

 

Referendum

Agressief psychotisch

Geestelijke Tsunami

Godsdienstvrijheid

Beslan, Rusland

Vakanties en relaties

Oranje - manie

De religieuze persoonlijkheidsstoornis

Hoe herken je de ware liefde ?

Roadmap naar een illusie. 

Oorlogsdreiging

Een helder venster of een verzameling glassplinters?  

Eerste ervaring(en) in therapie-land.

Wel eens nagedacht over het woordje cultuur?

Islamitisch Fundamentalisme

De vierde weg