Kindermishandeling
“Terwijl tien gevallen van mishandeling in gevangenissen zouden wijzen op structurele tekorten in het toezicht op het gevangeniswezen, worden tienduizenden gevallen van kindermishandeling per jaar in Nederland nog steeds niet gezien als symptoom van structurele tekorten in het sociaal-pedagogisch vangnet rondom kind en gezin in dit land." (Dr. J.C.M. Willems)1
Kindermishandeling
Ruim een decennium na deze woorden van Willems (1999),
lijkt dit besef langzaam in de politiek en
maatschappij door te dringen. De laatste paar
jaar is er zowel bij de professionals als bij het grote
publiek meer aandacht verworven voor het
belang van het melden van (vermoedens van) kindermishandeling. Ook ligt
er vanuit de politiek een helder actieplan klaar om op het
gebied
van kindermishandeling effectiever te signaleren, in
te grijpen, hulp te verlenen en te voorkomen2.
Positieve ontwikkelingen, maar er
valt
op dit terrein nog steeds heel veel daadwerkelijke actie
te ondernemen. Het
(structureel) aanpakken van de oorzaken van kindermishandeling, nog
ruim voordat mensen de directe verantwoordelijkheid voor
kinderen
krijgen, is in onze
optiek de allerbeste manier van preventie. Alleen ligt dit
terrein in
politiek-maatschappelijk opzicht nog behoorlijk braak, laat staan dat
er al heipalen in de grond zijn geslagen. Wat dat aangaat
zijn de
schellen toch nog niet helemaal van de
ogen gevallen.
In Nederland zijn volgens schatting jaarlijks 119.000 kinderen3
het
slachtoffer van kindermishandeling4.
En als je spreekt over kindermishandeling in ruime zin, dus met
inbegrip
van voor kinderen bedreigende opvoedingssituaties die (nog net) niet
als kindermishandeling worden beschouwd, dan kan je stellen
dat
misschien wel enkele honderdduizenden kinderen in ons land, zich op
zijn minst
in een geestelijke gevarenzone bevinden. Zij behoren tot de
sociaal-pedagogische minima van ons land (Willems, 1999, p. 571). Dit
zijn natuurlijk al zeer alarmerende cijfers, maar het wordt nog
gruwelijker als je het gegeven tot je door laat dringen dat er in
Nederland mogelijk 1 à 2 kinderen per week aan de
gevolgen
van kindermishandeling overlijden5,6.
Iets om stil van te worden.
Transgenerationeel 'pechvogelschap'7
"De excessen die het nieuws halen, worden politiek bezworen als 'tragische incidenten'. De link met een tekortschietende leeromgeving in heden en verleden wordt zelden of nooit gelegd. En zo blijft de maatschappij haar eigen uitgeslotenen en wraakroependen, gemarginaliseerden en criminelen, vervolgers en zondebokken, kortom: slachtoffers en daders voortbrengen." (Willems, 1999, p. 461)
Wat zijn het voor mensen die deze daden begaan? Wat bezielt
hen? Er zijn vele factoren die kunnen meespelen, maar de mensen die
zich aan
kindermishandeling schuldig maken, zijn zeer zeker op dat
moment
psychisch en/of emotioneel
gestoord. Vaak zijn ze ook zelf in hun jeugd slachtoffer geweest van
kindermishandeling. Uiteraard is
dit geen wet van Meden en Perzen. Echter, in het merendeel van de
gevallen is er in onze optiek
sprake van
wat wij noemen een doorgeefproces: een ieder die psychisch of
emotioneel beschadigd is, wil (on)bewust anderen of zichzelf
beschadigen8.
Of zoals Willems het noemt,
transgenerationaliteit: het van generatie op generatie doorgeven van
niet verwerkte (jeugd)trauma's (Willems, 1999. p. 466). Hetgeen
uiteraard niet wil zeggen dat deze cirkel niet doorbroken kan
en moet worden!
Studies hebben inmiddels aangetoond dat
kindermishandeling en verwaarlozing op korte termijn leiden tot ernstig
verstoorde gehechtheidsrelaties en op langere termijn tot
psychiatrische klachten en cognitieve en neurobiologische
veranderingen. Kindermishandeling gaat samen met een verhoogde kans op
het ontwikkelen van depressie en angst,
maar ook met bijvoorbeeld slechter functioneren van het werkgeheugen.
Daarnaast zijn
er epigenetische veranderingen in het brein gevonden bij mensen die in
hun jeugd mishandeld werden. Blootstelling aan mishandeling in
de eigen jeugd is een risicofactor voor de volgende generatie (In:
NPM-2010,
p.19)3
Het doorbreken van deze cirkel zou in de samenleving de allerhoogste prioriteit moeten hebben. Het is onze meest essentiële verantwoordelijkheid. Want als wij in Nederland ongeveer 119.000 kinderen per jaar in de psychische kou en terreur laten staan, dan hebben we geen individueel psychologisch probleem meer, maar dan zitten we als maatschappij met een psycho-emotionele cultuur die in onze ogen alarmerend is.
Geschiktheidsbewijs voor opvoeders
Ondertussen veroorzaakt dit alles een enorm psychisch en emotioneel leed en het levert de maatschappij een gigantische kostenpost op aan onder andere jeugdzorg en gevangeniswezen die jaarlijks in de miljarden loopt. Het is toch eigenlijk niet te geloven dat we in het leven bijna overal een diploma voor nodig hebben, maar dat vrijwel iedereen kinderen mag krijgen, verzorgen en opvoeden. Een vrijheids)recht van voortplanting kan en mag echter natuurlijk nooit uitmonden in 'het recht' om je kind te terroriseren, geestelijk of fysiek te mishandelen.
Lees verder op de volgende pagina...
Literatuur
1 Willems, J.C.M. (1999). Wie zal de opvoeders opvoeden? (pag. 462). Den Haag: T.M.C. Asser.2 Actieplan aanpak kindermishandeling ‘Kinderen Veilig’ 2012-2016. Nov. 2011. Den Haag: Uitgave van het Ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
3 Alink, L.R.A., Van IJzendoorn, M.H., Bakermans-Kranenburg, M.J., Pannebakker, F., Vogels, T., & Euser, S. (2011).
Kindermishandeling in Nederland anno 2010: De Tweede Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en
Jeugdigen (NPM-2010). Leiden: Casimir Publishers.
4 Definitie zoals gehanteerd in de Wet op de jeugdzorg (Art.1): "Kindermishandeling: elke vorm van voor een
minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of
andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief
of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de
minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel".
5 Willems, J.C.M. (1999). Wie zal de opvoeders opvoeden? (pag. 213). Den Haag: T.M.C. Asser.
6 Hekkink, C.F., Kuyvenhoven, M.M., & Voorn, Th. (1997). Vermoede gevallen van niet-natuurlijke dood ten gevolge
van mishandeling bij kinderen en jeugdigen (0-18 jaar): Een enquête onder huisartsen en jeugdartsen. Utrecht:
Universiteit Utrecht.
7 In: Willems, J.C.M. (1999). Wie zal de opvoeders opvoeden? (pag. 460). Den Haag: T.M.C. Asser.
8 Boever, W.E. de. Hoe leest gij? Een analyse van de menselijke geest en de Bijbel (1987). Dordrecht: Uitgeverij
Syntyche.
© Stichting Syntyche 05-05-2000/ Laatst gewijzigd 21-01-2012